Dieren en Schüssler celzouten
Vochthuishouding
Spijsverteringsproblemen kunnen een gevolg zijn van een verstoring in de vochthuishouding. Te veel vocht leidt onder andere tot vochtophopingen (oedeem). Te weinig vocht leidt bijvoorbeeld tot problemen met de slijmvliezen en in het maag-darmkanaal. Bij een te kort aan vocht
in de slijmvliezen, de slijmvliezen zijn te droog, kunnen weefsels onvoldoende beschermd worden tegen zuur (bijvoorbeeld zuur in de slokdarm en scherp brandende afscheidingen).
Zowel bij een tekort als een overschot aan vocht, kan celzout nr 8, Natrium chloride, ingezet worden. Iedereen kent de grofstoffelijke vorm van celzout nr 8 onder de naam keukenzout. Een tekort aan celzout nr 8 kan ontstaan als het dier voldoende of zelfs te veel zout eet. Dit komt doordat zout in hoge dosering giftig is waardoor cellen afsterven. Het lichaam beschermt zich hiertegen door via de buitenkant van een cel alleen maar zout toe te laten in een grote verdunning.
Celzout nr 8 is het “bewateringsmiddel”; zout trekt water aan. Celzout nr 8 is dan ook onlosmakelijk verbonden met het element water (de lichtdrager die zorgt dat emoties en gevoelens in beweging komen). Celzout nr 8 brengt vloeistoffen in de cellen en zorgt dat er een goede vochtbalans ontstaat. Door de vloeistoffen in de cellen te brengen, kan er weer uitwisseling van stoffen plaatsvinden, kunnen stoffen weer verplaatst worden en kunnen zelfs emoties weer gaan stromen.
Als we bedenken dat de slijmvliezen beschermen tegen zuren, wordt duidelijk dat celzout nr 8 belangrijk is voor een zuur base balans. Het wordt ingezet bij alle ziekten waarbij de zuurhuishouding verstoord is.
Dieren die een te kort aan celzout nr 8 hebben, laten het volgende zien:
- Ze likken graag de handen en de voeten van mensen (deze zijn vaak verzilt) en hebben een voorkeur voor zout voedsel.
- Ze drinken veel of hebben juist helemaal geen dorstgevoel.
- Wanneer ze mogen kiezen tussen verschillende soorten voer, gaat hun voorkeur uit naar zoute voeding.
- Ze trekken zich terug, zijn treurig en laten zich niet opvrolijken. Overdrachtelijk zou je kunnen zeggen dat ze veranderd zijn in de spreekwoordelijke zoutpilaar. Door de vaste structuren van zout zitten de emoties vast in de zoutpilaar en er is daardoor geen beweging meer mogelijk.
- Bij oudere dieren valt een tekort op omdat ze niet meer willen drinken. Ze willen of kunnen niet meer “stromen” en willen de nieuwe dingen niet meer opnemen. Ze kunnen niet meer meebewegen.
Functioneren van de slijmvliezen
Slijmvliezen bevinden zich onder andere in de darmen, maag, mond, keel en neus. Ze zijn een belangrijk onderdeel van de lichaamsdelen die een directe relatie hebben met verbindingen tussen het lichaam en de omgeving. Ze zorgen voor de uitwisseling van stoffen en het slijm dat ze produceren vervult veelal een beschermende rol. De slijmvliezen aan de binnenkant van de maag beschermen de maagwand tegen maagzuur en de slijmvliezen in de luchtpijp voorkomen uitdroging.
Essentieel voor de slijmvliezen is celzout nr 4, Kalium chloratum. Celzout nr 4 is het celzout van de verbindingen. Een van de functies van celzout nr 4 is de ondersteuning bij het uitscheiden van alle chemische giffen (b.v. van narcose, vaccinatie of chemische toevoegingen in onder andere snacks en “light” voer). De uitscheiding kan plaatsvinden omdat de gifstoffen worden gebonden aan het celzout.
(voor de daadwerkelijke ontslakking is celzout nr 10 Natrium sulfuricum nodig).
Dieren met een te kort aan celzout nr 4 herken je vaak aan de mate waarin het dier zich verbindt met zijn omgeving. Bij een te kort zijn ze erg met de relaties in hun omgeving bezig, bijvoorbeeld doordat ze overbezorgd zijn, zich met anderen bezighouden. Ook het tegenovergestelde komt voor. Het huisdier reageert helemaal nergens op en is helemaal niet bezig met de dingen die in zijn omgeving gebeuren. Belangrijke vragen zijn dan ook: Hoe reageert het huisdier op opdrachten? Hoe reageert het huisdier op verbale uitlatingen van de verzorgers?
Peristaltiek
Bij problemen ten gevolge van verstoringen in de peristaltiek spelen celzout nr 7, Magnesium phosphoricum en celzout nr 3, Ferrum phosphoricum een rol.
Celzout nr 3 reguleert de darmen zowel bij verstoppingen als bij diarree. Bij diarree bevordert dit celzout de werking van de darmvlokken in de darmen waardoor deze beter het vocht kunnen opnemen. Bij diarree zijn nog twee andere celzouten erg belangrijk, namelijk celzout nr 8 Natrium chloratum en celzout nr 10 Natrium sulfuricum.
Het andere belangrijke celzout voor de peristaltiek, celzout nr 7, komt veel voor in spieren, zenuwen, maar ook in de hersenen, hart, bloedvaten, schildklier en lever. Het wordt ingezet bij alle fysieke ritmes/pulsering. Bij fysieke ritmes kun je denken aan koliekachtige pijnen, krampen, of krampachtig hoesten. Alle vormen van stress kunnen ook leiden tot verkramping en pulsering, zoals bijvoorbeeld bij onrust en nerveuze klachten. Bij deze “emotionele ritmes” ervaart het huisdier te veel of te weinig spanning waardoor dit weer in balans moet worden gebracht.
Dit is terug te zien in elke onwillekeurige spieractiviteit zoals bijvoorbeeld darmperistaltiek, spijsvertering, de stroming in de lymfe, de werking van de klieren, hormooncyclus (loopsheid en krolsheid).
Spanning van het huisdier zie je gelijk bij het eerste contact; als je ze aankijkt, zie je de spanning. Ook kunnen ze de volgende symptomen laten zien:
Hijgen, urenlang huilen of hoge stressgeluiden maken.
Lijken soms wel hysterisch. Het gedrag verergert wanneer ze alleen gelaten worden
Zijn vaak erg onrustig, nerveus en hebben weinig concentratie.
Vooral ‘s avonds en ‘s nachts vinden ze geen rust. Bij jonge huisdieren zie je dan ook tegen een uur of zeven “gekke vijf minuten”: ze racen heen en weer, houden met niets en niemand rekening, springen overal op en af en zijn op zo’n moment nauwelijks tot bedaren te brengen. En overdag zijn ze moe en slaperig.
Immuunsysteem
Bij spijsverteringsproblemen ten gevolge van verminderde weerstand hoort celzout nr 3, Ferrum phosphoricum.
Huisdieren met een tekort of overschot aan celzout nr 3 Ferrum phosporicum kun je herkennen aan de hand van hun zelfvertrouwen. Het zelfvertrouwen is terug te zien in het gedrag door de mate waarop ze reageren op een prikkel en de mate waarin ze zich makkelijk laten verstoren. Voor een huisdier dat blaakt van het zelfvertrouwen is het minder noodzakelijk om alles in de gaten te houden en overal op te reageren. Hij kan zich veelal goed concentreren.
Huisdieren die echter erg alert zijn, reageren fysiek vaak ook erg snel. Snelle fysieke reacties zie je bijvoorbeeld terug in overgevoeligheidsreacties, ontstekingsgevoelig zijn of een verminderde weerstand hebben.
De relatie met phosphoricum, fosfor, is makkelijk te verklaren als je je realiseert dat fosfor, het middel is om te ontbranden. Denk hierbij maar aan het rode kopje van de lucifer dat grotendeels bestaat uit fosfor. Een synoniem voor ontbranden is ontsteken. Fosfor kun je op deze manier zien als het middel wanneer er iets ontstoken moet worden of ingezet kan worden als er iets ontstoken is en bij beginnende koorts.
Afvoer van stoffen
Celzout nr 10 Natrium sulfuricum is het uitscheidingsmiddel. Het celzout trekt water aan zodat via de natuurlijke uitscheidingswegen, zoals de dikke darm, de urinewegen en de huid afvalstoffen kunnen worden verwijderd.
De uitscheiding gebeurt niet alleen op fysiek maar ook op emotioneel niveau. Alle emoties kunnen losgelaten worden. Om een goed inzicht te krijgen over de werking van celzout nummer 10 kun je denken aan de metafoor van een volgelopen bad met water. Celzout nummer 10 zorgt ervoor dat de stop uit het bad wordt getrokken. Het water met daarin alle emoties die je wilt loslaten en alle afvalstoffen, ontgiftingsreacties en andere uitscheidingen kunnen worden weggespoeld.
Gebruik en toediening
Meestal beginnen mensen hun huisdier celzouten te geven als er klachten zijn. Wanneer je doorgaat met het geven van celzouten nadat de klacht is opgelost kunnen reserves worden opgebouwd zodat bij een kleine verstoring de klachten niet meteen weer terugkeren. Deze reserves zijn eigenlijk de buffers die verbruikt worden bij een extreme belasting waardoor er geen tekort ontstaat bij een plotseling hoger verbruik van de mineralen. Het lichaam kan terugvallen op deze voorraad en is zo in staat om de weerstand van het dier te verhogen. Celzouten kunnen dan ook gebruikt worden ter voorkoming van gezondheidsklachten. Het aanvullen van de reserves kan weken, maanden of zelfs jaren duren, omdat het tekort aan mineralen zelfs al vanaf de geboorte van het huisdier aanwezig kan zijn.
Een basisdosis is vier tot acht tabletten per dag. Je kunt voor huisdieren het makkelijkste de celzouten in hun drinkbak doen. De geschiktste drinkbakken zijn gemaakt van steen of glas.
In acute situaties geef je drie tabletten in de bek. Desnoods geef je deze iedere keer na een paar minuten. Je gaat hiermee door totdat je merkt dat de acute klacht vermindert. Het aantal tabletten is onbeperkt.
Wanneer dit echt niet mogelijk is, dan kun je de celzouten ook door het voer doen. Het nadeel hiervan is dat de celzouten minder makkelijk door de slijmvliezen kunnen worden opgenomen.
Enkele andere mogelijke manieren van toediening van de celzouten zijn:
Celzouten kun je uitwendig gebruiken. Hiervoor zijn speciale crèmes en gels te koop.
Je kunt deze ook zelf maken. Een andere mogelijkheid is dat je celzouten oplost in heet water. In dit water drenk je een doek en deze leg je op de plaats waar het nodig is.
Je kunt het huisdier een kwartiertje laten staan met zijn voeten in een bak met lauw water zodat zijn voeten volledig in het water staan. Wanneer het huisdier niet uit zichzelf blijft staan, kun je het huisdier tussentijds bezighouden door bijvoorbeeld aandacht te geven of een beetje af te leiden.
Je kunt celzouten ook uitwendig gebruiken, door deze op het lichaam te plakken zodat lokaal de aanvul- lende mineralen worden aangebracht. Je kunt dan denken aan het plakken van de celzouten op een tuig, halsband, deken of kledingstuk of neerleggen in de mand of op de slaapplek.
Conclusie
Op tal van niveaus spiegelt ons lichaam waar tekorten aan mineralen ontstaan. Zo spiegelt het fysieke lijf de geestelijke gesteld en omgekeerd. Maar ook zijn
de uiterlijke klachten een spiegel van de onbalansen in het lichaam en omgekeerd. Met de inzichten van dokter Schussler is het eenvoudig om grip te krijgen op deze spiegels. De oplossing vanuit zijn theorie is om alle tekorten aan te vullen met verwreven mineralen, celzouten. Door op de juiste plekken de noodzakelijke aanvullingen te brengen, kunnen cellen weer optimaal functioneren en zal het huisdier zowel emotioneel, gedragsmatig en fysiek weer gezond worden. Het enige dat je moet doen is goed in de spiegel kijken.
Drs. Jolanda Bijl is complementair therapeut voor mensen en dieren. Zij is schrijver van het boek Schüssler celzouten voor dieren. Het adres van haar praktijk is Zuideinde Oost 10 in Kamperveen. www.dehelendenatuur.nl
Hier een aantal klachten en welke celzouten hierbij ondersteuning kunnen geven bij je huisdier:
Verlicht acute pijn en ontstekingen.
Twee Schüssler-zouten zijn met name belangrijk bij acute pijn of ontstekingen:
- Nr. 3 Ferrum phosphoricum D12
- Nr. 7 Magnesiumfosforicum D6
Afhankelijk van het dier kunnen de tabletten direct worden gegeven, opgelost in drinkwater of door het voer worden gemengd. Voor kleine dieren zoals katten, konijnen of cavia's zijn 2-4 tabletten per dag van elk type voldoende .
Grotere dieren zoals honden of paarden krijgen dienovereenkomstig 6-10 tabletten . Dieren reageren over het algemeen zeer goed op natuurlijke middelen.
Tip: Combinaties met Bachbloesemremedies of homeopathische middelen zijn mogelijk en vaak bijzonder effectief.
Belangrijke Schüssler-zoutcombinaties voor ontstekingen
De volgende combinaties zijn effectief gebleken bij de behandeling van ontstekingen:
- 3 Ferrum fosforicum D12+ nr. 4 Kalium chloratum D6
De twee zouten kunnen vervolgens bij elkaar worden opgeteld.
Afhankelijk van het type afscheiding uit de ogen, neus of mond, wordt het juiste zout gekozen:
- In het beginstadium (geen afscheiding): 3 Ferrum phosphoricum
- Melkachtig of wit: 4 kaliumchloride (in de overgangsfase ook nr. 3 en nr. 4 tegelijk)
- Waterig en helder: 8 Natriumchloride
- Dicht, geelachtig, stroperig: 6 Kaliumsulfuricum
- Pusachtige klachten: 11 Silicea D12 + Nr. 12 Calcium sulfuricum D6
Schüssler-zouten tegen rusteloosheid en angst.
Veel dieren zijn gevoelig voor stress, bijvoorbeeld tijdens onweer of op oudejaarsavond. Dit kan helpen:
- 7 Magnesiumfosforicum D6
Deze combinatie kalmeert het zenuwstelsel en kan ideaal gecombineerd worden met Bachbloesemremedies of Aconitum (homeopathisch) .
Ondersteuning bij spijsverteringsstoornissen
Dieren eten vaak dingen die ze niet goed verdragen. Bij maag-darmproblemen, een opgeblazen gevoel of voedselintoleranties kan het volgende helpen:
- 8 Natriumchloride D6
- 10 Natriumsulfuricum D6
Als er ook krampen aanwezig zijn, voeg dan nr. 7 Magnesium phosphoricum D6 toe .
Bij vermoeden van vergiftiging kunnen nr. 6 Kalium sulfuricum D6 en nr. 10 Natrium sulfuricum D6 als ondersteunende maatregelen tijdens de veterinaire behandeling worden gegeven om de ontgifting te bevorderen.
Verlichting van gewrichtsproblemen en artrose
Vooral oudere of grotere dieren hebben vaak last van artritis , tussenwervelschijfproblemen of slijtage . Dit kan helpen:
- 1 Calciumfluoride D12
- 8 Natriumchloride D6
- 11 Silicea D12
Neem bij ontstekingen ook nr. 3 Ferrum fosforicum D12 .
Overzicht: Schüssler-zouten nr. 1–12 en hun gebruik bij dieren
Schüssler-zouten worden over het algemeen aan dieren toegediend op basis van de waargenomen symptomen. Huisdiereigenaren herkennen ook psychologische aanleg bij hun dieren, zoals angst, schuwheid of agressie. Daarom moet met deze aspecten rekening worden gehouden. U kunt eerste praktische ervaring opdoen met de 12 basiszouten. Daarnaast kunt u gebruikmaken van de ervaring van ervaren dierenartsen. Zij delen hun specifieke expertise voor bepaalde diergroepen in boeken en op websites; het volgende is daarom slechts een kort overzicht.
Nr. 1 Calcium Fluoratum: Losse of aangetaste tanden; broze vacht, eelt, klauwen of hoeven; problemen met pezen, ligamenten, gewrichten en botten; vaatverkalkingen; gehoorverlies; littekens en verharding.
Nr. 2 Calcium Phosphoricum: Hartritmestoornissen en tachycardie; rusteloosheid; spierkrampen; neusbloedingen; slecht doorkomen van tanden; geen gewichtstoename bij jonge dieren; nier- en blaasstenen en urinegruis.
Nr. 3 Ferrum Phosphoricum: Verwondingen met pijn en bloedingen; alle infecties in het beginstadium; immuundeficiëntie; zonnesteek of hitteberoerte; vóór lichamelijke inspanning.
Nr. 4 Kalium Chloratum: Ziekten in het middenstadium; zwelling van de slijmvliezen met afscheidingen; bronchitis; plakkerige ogen; risico op trombose; lichen, korstjes en wratten.
Nr. 5 Kalium Phosphoricum: Verdriet, zwakte en nervositeit; cirkelvormig haarverlies; spierzwakte, -atrofie of -krampen met trillen; nerveuze diarree; slechte adem; infecties met koorts; niet-inflammatoire nierziekten.
Nr. 6 Kalium Sulfuricum: 3e stadium van alle ziekten; chronische rhinitis; braken na opwinding; haaruitval in plukjes; jeuk, kleverige gele schilfering, korstmos; misvormde nagels; diffuse, migrerende pijn; diabetes; pancreatitis.
Nr. 7 Magnesium Phosphoricum: Jeuk, korstmos; podiumvrees, bijvoorbeeld voor toernooien of optredens, ook met rusteloosheid; slaperigheid overdag; schommelende bloeddruk; krampen, hik, winderigheid, constipatie, koliek.
Nr. 8 Natrium chloratum: Gewrichtsknakken of -zwelling, kraakbeenbeschadiging, jicht; allergie met loopneus en tranende ogen, conjunctivitis; overmatige of onvoldoende dorst, droge hoest; insectenbeten, brandwonden, zonnesteek; hoge bloeddruk; droge en doffe vacht; broze klauwen; koude poten en oren; oedeem; maagklachten, waterige diarree en braken.
Nr. 9 Natrium Phosphoricum: Chronisch uitgeput; keelpijn; zuur ruikende diarree, darmschimmel, spoelwormen, anale pijn; vettige vacht en verstopte talgklieren, slecht genezende wonden; gezwollen lymfeklieren; zure maag, galstenen; reuma.
Nr. 10 Natrium Sulfuricum: Lintworminfectie, protozoën; stinkende winderigheid of diarree of constipatie; natte huiduitslag op de achterpoten, gezwollen ledematen; leveraandoeningen.
Nr. 11 Silicea: Ruwe vacht, haaruitval, etterig ontstoken klauwen; jicht, reuma; gevoeligheid voor pijn, snel blauwe plekken krijgen; conjunctivitis; gevoeligheid voor geluid, spiertrekkingen; nierstenen
Nr. 12 Calcium sulfuricum: Purulente huiduitslag, zweren en verwondingen, folliculitis; anale fistels; jicht en reuma.
Gebruik en dosering van Schüssler-zouten bij dieren
De dosering hangt af van de grootte en het gewicht van het dier, evenals van de symptomen .
- Kleine dieren (kat, konijn):2-4 tabletten per dag
- Middelgrote dieren (hond):4-6 tabletten per dag.
- Grote dieren (paard):8-10 tabletten per dag.
Schüssler-zouten kunnen rechtstreeks in de mond, in het eten of in het drinkwater worden toegediend.
Conclusie: Zachte genezing voor dieren met Schüssler-zouten
Schüssler-zouten bieden milde, natuurlijke ondersteuning bij lichte en veelvoorkomende kwalen bij dieren. Ze versterken het immuunsysteem, bevorderen regeneratie en hebben een harmoniserende werking op lichaam en geest. De behandeling dient ongeveer vier weken te worden voortgezet nadat de symptomen zijn verdwenen .
Belangrijk: Acute of ernstige ziekten moeten altijd door een dierenarts worden gediagnosticeerd en behandeld .
Heb je nog vragen? Stel ze gerust, Diana
Reactie plaatsen
Reacties